Berkelexpositie: Thema’s in het watermuseum in Arnhem

In het Watermuseum is elke maand een ander thema benadrukt
Hieronder de verschillende thema’s (klik op een thema in de lijst om er naar toe te springen)


Berkelscheepvaart, Berkelcompagnieën en Berkelexpositie
Duitsland / Ecologie
Waterkracht 
Bekendmaking winnaars van de fotowedstrijd
Marke Mallem
Vierde Berkelverbetering


TopThema november 2013:
Berkelscheepvaart, Berkelcompagnieën en Berkelexpositie

Eerste Berkelkompagnie, 1643-1670

In 1643 nam Zutphen het initiatief voor het oprichten van een handelsmaatschappij voor het transport van goederen over de Berkel. De compagnie kwam van de grond. Er werden bij de diverse watermolens langs de Berkel houten sluizen gebouwd, toch was de onderneming geen succes. In 1670 ging de compagnie op de fles wegens geldgebrek.

Tweede Berkelcompagnie, 1766 – 1788

In 1766 probeerden enkele Zutphense burgers de Berkelscheepvaart nieuw leven in te blazen. De vervallen sluizen werden weer opgeknapt, ondiepten in de rivier weggewerkt en enkele meanders afgesneden. Er kon zelfs gevaren worden van Coesfeld tot Zutphen.

Toch ging het ook met deze compagnie niet goed. Na 22 jaar viel het doek.

Stichting 3e Berkelcompagnie

In 2002 is de St. 3e Berkelcompagnie opgericht als grensoverschrijdende stichting naar Nederlands recht.

Vereniging Vrienden van de 3e Berkelcompagnie

Ter ondersteuning van deze organisatie is in 2004 de eveneens overschrijdende Vereniging Vrienden van de 3e Berkelcompagnie opgericht, die onder meer zorgt voor de promotie van de Berkel.

Stichting De Berkelzomp

In het verleden werd de Berkel vooral gebruikt voor de handel. Vaak werd zilverzand, aardewerk, turf, zandsteen e.d. vervoerd in de boten met een laadvermogen tot 8 ton. Rond 1850 was er volop bedrijvigheid op de Berkel, tot de spoorwegen in 1905 ervoor zorgden dat de laatste Berkelzomp op het droge is gebleven.

Tegenwoordig wordt de Berkel meer benut voor toerisme en recreatie.

Sinds 1989 varen weer Berkelzompen op delen van de Berkel. De mensen aan boord genieten van natuur en cultuur en van de verhalen van de schippers over hoe het vroeger was.

Stichting De Berkelzomp is in 1987 opgericht en de vrijwilligers zijn gestart met de bouw van een replica van de vroegere Berkelzompen naar een bouwtekening die door het waterschap was bewaard. De boot werd genoemd naar één van de laatste schippers Gerard Wolfs, bijgenaamd “De Jappe”.

Nadat de “Jappe” met succes veel tochten maakte in Borculo, zijn vanaf 2003 drie nieuwe zompen in de vaart gekomen: De “Snippe in Eibergen, de “Ente” in Lochem en de “Fute”” in Almen. Met deze “Fute” kan in het najaar bovendien een vaart door het oude stadscentrum van Borculo worden gemaakt.

Stichting Toeristisch Varen

Sinds 1997 kan in Zutphen op de Berkel worden gevaren met Fluisterboten.

Nadat een groep enthousiastelingen geld bijeen had gespaard voor de eerste Fluisterboot, is het snel gegaan. Een jaar later kon de tweede boot al worden aangeschaft en sinds enkele jaren varen zes Fluisterboten over de Zutphense Berkel.

De schippers vertellen op hun eigen wijze over de bezienswaardigheden onderweg.

Stichting voor Cultuur, Sport en Spel

Ter uitbreiding van de vloot op de Berkel kan nog vermeld worden dat in Borculo vanaf 2004  met vier roeiboten kan worden gevaren. De stalen bootjes hebben eveneens de vorm van een Berkelzomp, maar zijn bedoeld voor een actieve vaartocht door een deel van de Binnen-Berkel. Ze zijn vernoemd naar vier Berkelsteden: “Borculo”, “Eibergen”, “Stadtlohn” en “Coesfeld”.


TopThema december 2013: Duitsland / Ecologie

Algemene informatie over de Berkel in Duitsland

De bron bevindt zich bij Billerbeck in de Duitse Baumbergen, aan de weg naar Notulln. 110 kilometer verder mondt de rivier in Zutphen bij Kattenhaven in de IJssel uit.
In het Duitse Munsterland stroomt zij door en langs Coesfeld, Tungerloh Capellen, Gescher, Stadtlohn en Vreden en in Nederland door Eibergen, Borculo, Lochem, Almen en Warnsveld. De lengte van het Duitse gedeelte van de rivier bedraagt 65 kilometer, de overige 45 kilometer stroomt ze door de Achterhoek.
De bron van de Berkel ligt op 125 meter + N.A.P.. Bij de grens is de rivier afgestroomd tot op 28 meter + N.A.P.. In Zutphen loost de rivier op 7 meter + N.A.P. haar water in de IJssel.

De Baumbergen dateren uit de Krijt periode en bestaan uit kalkgrond en zandsteen. De foto-impressie in het Watermuseum laat de Berkel in haar meest oorspronkelijke vorm zien.

Bijzonderheid aan de Duitse Berkel zijn de vele beelden van Nepomuk, een heilige die beschermt tegen watersnood en andere waterrampen. Johannes van Nepomuk leefde in de 14e eeuw in Praag. Een felle ruzie met Koning Wenceslaus van Bohemen leidde tot Nepomuk’s verdrinking in de rivier de Moldau.

De Berkel bij Billerbeck

De Berkel ontspringt in Billerbeck, een kleine plaats in de Baumbergen in het Duitse Münsterland. Billerbeck wordt ook wel de Ludgerusstad genoemd, omdat Bisschop Luidger von Münster en een dom heeft gebouwd.

In Billerbeck is een vereniging opgericht: de “Berkelspaziergang”. Deze vereniging heeft met speelse en kunstzinnige wijze een wandel-/fietsroute langs de Berkel heeft gerealiseerd. Ook is in Billerbeck de enige nog bestaande doorwaadbare plaats in de Berkel.

En op de plek waar vroeger een watermolen stond, is ter herinnering een waterrad geplaatst.

De Berkel in Duitsland is voor het grootste gedeelte nog een natuurlijke beek.  Het water borrelt op uit de bron. Een heel kleine Berkel stroomt door Billerbeck en verplaatst zich meanderend verder via de buurtschappen Osthellen, Lutum, Gaupel en Brink, richting Coesfeld. In Gaupel bevindt zich nog een kleine stuw, die echter niet meer wordt gebruikt.

De Berkel bij Coesfeld

In Coesfeld komt de Berkel bij een groot retentiegebied (regenwateropvang) binnen, dat in de volksmond ‘Fürstenwiesen’ heet, omdat het terrein vele jaren in eigendom is geweest van prins Salm Horstmar.

Verder richting het centrum van Coesfeld verdeelt de Berkel zich bij het laatste deel van de nog bestaande stadsmuur, de Walkenbrückentor. Een deel van het Berkelwater stroomt in de historisch gracht de vesting. De vesting is overigens door dezelfde heren gebouwd als van het voormalige kasteel ’t Hof in Borculo, namelijk door Christoph Bernhard van Galen, dier in Coesfeld een Citadel heeft gebouwd, maar helaas zijn bouwplannen niet af kon maken.

Het andere deel van de Berkel stroomt midden door de stad en zelfs onder wegen en gebouwen van de stad door. De aanblik is vaak niet fraai, omdat de Berkel hier ommuurd is door beton. In het kader van het NRW-Landprogramma Regionale 2016 „Zukunftsland“ wil Stadt Coesfeld deze situatie verbeteren en de Berkel weer beleefbaar maken.

In Coesfeld hebben meerdere molens gestaan, waar nu nog alleen de locatie van bekend is. Bij de Walkenbrückentor kan men hiervan nog overblijfselen zien midden in de stad en bij de rand van de stad is nog een deel van de Reiningmühle te zien. Daar bevindt zich nog een deel van het molenbouwwerk, dat tegenwoordig dienst doet als onderkomen voor DJK Sportverein.

Coesfeld is in de oorlog voor circa 80% platgegooid. In de jaren erna is het gelukt om de stad weliswaar niet historisch na te bouwen, maar toch de basis van de historie te behouden, zoals bijvoorbeeld de “Wallanlage’ en de helft van de slotgracht.

Ecologie

Verder buiten Coesfeld begint het meer natuurlijke deel van de Berkel, tot aan de entree van Vreden. In dit gedeelte zijn de plannen naar de achtergrond geduwd en is de ecologie van groot belang. De natuur is hier dan ook nagenoeg in stand gehouden en waar nodig verbeterd.

De Berkel bij Gescher / ecologie

In het gedeelte naar Gescher toe zijn nog vier grotere bouwwerken aanwezig, waar vroeger molens gestaan hebben. Als voorbeeld kunnen we de voormalige molen in Goxel noemen.

De bouwwerken Ahlert Mühle in Coesfeld, Kolves en Hautmanns Mühle in Coesfeld-Stockum en Schulze Egberdings Mühle in Gescher-Tungerloh-Capellen  zorgden allemaal voor stroom, als herbruikbare energie. Hierdoor ontstaan echter conflicten met de bevaarbaarheid en trek van de vissen.

In Gescher stroomt de Berkel tot de rand van de stad en is daar geliefd, vanwege de aangrenzende Berkelsee. Hier kan voor een deel vlak bij de Berkel gewandeld worden. Aan het einde van het wandelpad is weer een voormalig molenbouwwerk aanwezig, dat zelfs nu nog voor energievoorziening dient. Die installatie is helemaal nieuw en met een soort slang wordt de generator aangedreven met water, in plaats van een turbine.

Bovendien is gelijk bij de bouw een vispassage aangelegd.

Vervolgens stroomt de Berkel door de buurtschap Gescher-Harwick richting Stadtlohn.

Ook hier is de Berkel zeer natuurlijk, mede door het natuurlijkwaterprogramma van het Land Nordrhein-Westfalen. Hier zijn geen water- of energievoorzieningen meer.

Pas bij de poort van Stadtlohn-Estern ziet men weer een lange ‘Rückstau’, die de basis vormt voor de stuw in de binnenstadt van Stadtlohn.

De Berkel in Stadtlohn / ecologie

In Stadtlohn stroomt de Berkel bijna door de stad en hier is de rivier goed beleefbaar. Midden in de stad bevindt zich de oude Berkelmühle, die vroeger als dubbele molen – olie- en graanmolen heeft dienst gedaan. Hier stopt de lange ‘Rückstau’.
Het is de bedoeling om – in het kader van de bescherming tegen wateroverlast en de Europese Kaderrichtlijn Water – de Berkel hier aan te passen en gelijk een vispassage aan te leggen.

De Stadt Stadtlohn heeft zich tot doel gesteld om de Berkel als belangrijk item naar voren te schuiven en heeft daartoe in het plan ‘Zukunftsland’ van de Regionale 2016 het project “Die Berkel – Leven met een rivier” ingediend.

Voorbij Stadtlohn stroomt de Berkel door de buurtschappen Stadtlohn-Hengeler en Vreden-Große resp. Kleine Mast naar Vreden. Hier is in de 90er jaren een Duits overheidsonderzoek gedaan naar meandering van de rivier. Onder wetenschappelijke begeleiding is de Berkel hier aangepast en is een vrijwel natuurlijke Zandvang gebouwd.

Ook hier is bij de entree van Vreden  een Berkelsee gerealiseerd, voor recreatiedoeleinden. Daar worden regelmatig activiteiten georganiseerd.

De Berkel in Vreden / ecologie

Bij Vreden verdeeld zich de Berkel, mede vanwege de bescherming van de stad tegen wateroverlast.
In Vreden bevindt zich nog een grote waterkrachtcentrale met een aanzienlijke energieopbrengst aan de Berkel. Hier wordt stroom verwerkt door de grote Duitse energiemaatschappij RWE.
Vlakbij de Berkel in Vreden is ook het Hamalandmuseum te bewonderen, waar veel over de geschiedenis van de Berkel ervaren kan worden.
In Vreden loopt het wandel-/fietspad een grote afstand parallel aan de Berkel en door een groot park, waar van vele culturele elementen kan worden genoten.

Achter Vreden is de Berkel in de 60er jaren verbreed en weggedrukt in het landschap. De Berkel is hier moeilijker te beleven.
Bij Oldenkott komt de Berkel dan Nederland binnen, waar de Zandvang de eerste nagebouwde natuurlijke onderbreking vormt. Hier wordt in drie jaar tijd circa 20.000 m3 zand opgevangen en vervolgens afgevoerd.


TopThema januari 2014: Waterkracht

Waterkracht was één van de thema’s van de Berkelexpositie in het Watermuseum te Arnhem. Om aan dit thema invulling te geven is een overzicht opgesteld van de ooit in het Duitse en Nederlandse stroomgebied van de Berkel gelegen watermolens.

Op basis van dit overzicht is voor het Nederlandse deel van de Berkel een schatting gemaakt van het in de 19de eeuw beschikbare vermogen van deze watermolens. Daarnaast is een schatting gemaakt van het thans beschikbare potentieel vermogen en is berekend hoeveel huishoudens door middel van moderne waterkrachtinstallaties milieuvriendelijk van electriciteit kunnen worden voorzien.

De Berkel

De Berkel is een typische regenrivier, die nabij het Duitse Billerbeck in de Baumbergen ontspringt en via Coesfeld, Gescher, Stadtlohn, Vreden, Rekken, Eibergen, Borculo, Lochem, Warnsveld bij Zutphen in de IJssel stroomt.

De totale lengte van de Berkel is 110 km, waarvan 65 km in Duitsland en 45 km in Nederland ligt. Het stroomgebied is ruim 81.000 ha groot, waarvan circa 44.500 ha in Duitsland en circa 36.800 ha in Nederland. Het waterpeil van de Berkel is bij de bron 126 meter NAP, bij de grens ongeveer 28 meter NAP en in Zutphen ongeveer 7 meter NAP. De Berkel in Duitsland kent dus een groter verval. De Berkel meandert sterk in het Duitse deel en lijkt qua vorm en grootte veel op een beek. Grote delen zijn aangewezen als natuurgebied. In Nederland is de Berkel vanaf de zandvang te Rekken “gekanaliseerd” en er zijn stuwen en aflaten naar het Twentekanaal (Bolksbeek, Lochem, Eefde) aangelegd om de waterstanden en (piek)afvoeren binnen nauwe grenzen te reguleren. Diverse herinrichtingsprojecten van het Waterschap Rijn en IJssel beogen de Berkel om te vormen tot een meer meanderende dynamische rivier, onder andere te Almen.

Waterkracht

Uit de hoogteverschillen en stroming in de Berkel, dus vooral bij de stuwen en aflaten, is waterkrachtenergie op te wekken. Hoe meer debiet en hoe hoger het verval des te meer energie er opgewekt kan worden. Het gebruik van waterkracht is al eeuwen oud. Reeds in het Oude Egypte en Mesopotamië werd waterkracht gebruikt voor irrigatie. In India en het Romeinse Rijk kende men reeds systemen om molens en wielen aan te drijven met waterkracht. Circa 2000 jaar geleden schetste de Romeinse ingenieur Marcus Vitruvius al het principe van een korenmolen aangedreven door waterkracht.

Overzicht watermolens

De geschiedenis van de watermolens aan de Berkel gaat terug tot de 11de eeuw. Als koning Koenraad II in 1024 Vreden bezoekt is de immuniteit van het Stift omgeven door een wal en een gracht, die naar wordt aangenomen gevoed wordt door water dat door de watermolen wordt opgestuwd. In het stroomgebied van de Berkel is een 30-tal molenlocaties bekend. Molens waren lucratief en dé motor van bedrijvigheid in het pré-industriële tijdperk. Zutphen heeft de grootste molencomplexen gekend. Aan de noordelijke uitgang van de stad, buiten de Nieuwstadspoort aan de weg naar Deventer, lagen een opeenvolgend aantal molens met op z’n hoogst gelijktijdig drie raderen.

Tussen de oude en de nieuwe stad lag, bekend vanaf 1285, een molencomplex dat in de 15e eeuw al zeker een zestal raderen telde en in zijn grootste omvang er zeven heeft gehad, Beneden deze stadsmolens lagen in de 17e en 18e eeuw drie zeemsmolens, in 1830 was er hiervan nog één overgebleven

Het privilege voor de oprichting van een molen berustte in eerste instantie bij de landsheren (graven van Zutphen, heer van Borculo, bisschop van Münster). Dit recht werd later overgedragen aan kloosters (zoals het Stift te Vreden en het klooster Varlar) en met stadsrechten verkregen steden (zoals Zutphen en Lochem).  Deze op hun beurt bedrijven de molens in eigen beheer of verpachtten ze aan particulieren. In de Franse tijd vervalt bovengenoemd privilege en kan een ieder, welliswaar onder voorwaarden, een molen oprichten. Vooral aan het Duitse deel van de Berkel verschijnen dan nieuwe, door ondernemende lieden opgerichte watermolens. Vanaf het eind van de 19de eeuw vallen een groot aantal molens ten prooi aan stadsvernieuwingen (Zutphen) of Berkelverbeteringen (Lochem, Nieuwe molen te Haarlo, etc.). Langs het Nederlandse deel resteren aan zijtakken van de Berkel nu alleen nog de molens te Borculo en te Mallem. Langs het Duitse deel van de Berkel daarentegen wordt vanaf het eind van de 19de eeuw een deel van de molens gemoderniseerd, dat wil zeggen het waterrad wordt vervangen door een turbine, waarmee electriciteit wordt opgewekt. Mooie voorbeelden hiervan zijn de molen te Vreden (vanaf 1896) en de molen te Stadtlohn (vanaf 1946 na de verwoesting in de 2de wereldoorlog).

Er waren verschillende soorten molens.

Niet alle molens waren namelijk korenmolens. Er zijn ook pelmolens, oliemolens, zeemsmolens, en volmolens, die een totaal andere inrichting (bijvoorbeeld een hei-inrichting hadden) en daardoor een andere energiebehoefte kenden dan graanmolens.

In vrijwel alle grotere molens bevond zich naast de graanmaalderij een pelinrichting waar de gerstekorrels van hun “pel” werden ontdaan met als eindproduct gort. Hiervoor werd een steenkoppel gebruikt. Het gerst werd niet tussen de stenen gedaan maar aan de binnenkant van de kuip en de buitenkant van de lopersteen die was voorzien van een soort rasp. De loper was voorzien van sikkelvormige groeven, waardoor bij het draaien een naar buiten gerichte luchtstroom ontstond zodat de gerstkorrels niet tussen de stenen geraakten en werden gemalen.

De meeste dubbele watermolens aan de Berkel betroffen een graanmolen aan de ene zijde en aan de andere zijde en een olie/pelmolen (Borculo, Lochem, Nieuwe molen, Mallum, Vreden, Stadtlohn). Oliemolens beschikten over een kollergang (dit is een maalwerktuig bestaande uit een horizontale plaat waarover verticaal twee zware, kantstenen rolden) voor het pletten van de oliehoudende zaden, een speciale oven voor het verwarmen van de geplette zaden en een heiblok waarbij middels een op- en neergaande bewegingen van de heien de olie uit de in zakken gedane verwarmde en geplette zaden werd geperst en opgevangen.

Vollen heeft tot doel wollen weefsels te verdichten tot een viltachtige stof. De weefsels werden in een vetopnemende vloeistof (mengsel van water, urine, klei) in kuipen gelegd waar ze met heien gestampt werden. Na het vollen werden in waskommen in eenzelfde soort bewerkingsgang de gevolde weefsels met schoon water gewassen. In Mallem heeft zich mogelijk een volmolen bevonden.

Zeemsmolens, voor de productie van zeemleer, kennen een vergelijkbare inrichting als de volmolens. In Zutphen en vermoedelijk ook in Lochem hebben dergelijke molens gedraaid. Nadat de huiden van vet en vleesresten waren ontdaan werden ze kalkkuipen gelegd om ze soepeler te maken en de haarwortels los te weken. Vervolgens werden de haren en opperhuid verwijderd en volgde weer een langdurig bad in de kalkkuipen. De huiden werden vervolgens gewassen en geschaafd en ingesmeerd met traan en tot een pakket gevouwen dat meerdere malen in een stampmolen (volmolen) werd bewerkt om het traan overal te laten intrekken. De paketten werden opgestapeld om ze te laten broeien om het in de huiden achtergebleven vet te fixeren. In een laatste bewerkingsgang werden de huiden gewassen, gladgestreken en gedroogd. Kortom een bedrijf dat je niet graag als buur hebt.

In de 18de eeuw heeft te Vreden aan de Ölbach gedurende korte tijd een papiermolen gestaan. Door slechte waterkwaliteit, er werd ook vlas geweekt, en bedrijfsongelukken was deze molen geen lang leven beschoren. Een bijzondere molen was de pompmolen bij huize de Voorst, die Arnold Joost van Keppel, graaf van Albemarle en beschermeling van koning/stadhouder Willem III in 1697 liet bouwen. De molen diende er toe om de vijvers en fonteinen van de renaissancetuin van water te voorzien. Na de dood van Willem III hadden de Zutphenaren genoeg van de overlast die deze molen voor hen veroorzaakten en verwoesten deze molen in 1703 compleet.

In het midden van de 19de eeuw bevinden zich, zoals uit een toen uitgevoerde inventarisatie van W.C.A. Staring een zoon van de bekende dichter blijkt, op 6 locaties langs het Nederlandse deel van de Berkel nog molens met in totaal 20 waterraden. Naar schatting bedroeg het totale vermogen hiervan 360 kW.

Moderne waterkrachtinstallaties

Ook in deze tijd hebben watermolens bestaansrecht. Het is beter om te spreken van moderne waterkrachtinstallaties omdat op milieuvriendelijke wijze – dat wil zeggen zonder  CO2-uitstoot – elektriciteit wordt opgewekt.

Opgemerkt is al eerder dat meerdere van de Duitse molens voorzien zijn van turbines en generatoren voor de opwekking van eigen elektriciteit. Recentelijk is in Gescher-Harwick een moderne waterkrachtinstallatie in combinatie met een vispassage op een historische molenlocatie gerealiseerd. Hiermee kunnen circa 60 Duitse huishoudens van elektriciteit worden voorzien. De molen is voorzien van schroefvijzel en werkt als een “omgekeerde” pomp van Archimedes. Het naar beneden stromende water zorgt ervoor dat de vijzel gaat draaien. Een vergelijkbare installatie is door het Waterschap Veluwe gerealiseerd bij de Hezenbergstuw te Hattem.

In het Lochemse bestaan min of meer uitgewerkte plannen van LochemEnergie om bij de stuw te Lochem en de aflaat van het afwateringskanaal naar de IJssel te Eefde moderne draaikolk waterkrachtinstallaties te realiseren, waarmee uitgaande van het huidige debiet door de Berkel in totaal 250 huishoudens van electriciteit kunnen worden voorzien. Indien het Waterschap overgaat tot een verhoging van het debiet zijn nog grotere opbrengsten te realiseren. Alleen in Lochem al zouden 350 huishoudens van elektriciteit kunnen worden voorzien.

Berekeningen laten zien dat het aan Nederlands deel van de Berkel bij de huidige doorstroomdebieten het mogelijk te plaatsen vermogen bij stuwen circa 440 kW bedraagt, genoeg om meer dan 1000 huishoudens van elektriciteit te voorzien.


Top31 januari en thema februari 2014: Bekendmaking winnaars van de fotowedstrijd

Vanaf de start van de Berkelexpositie tot eind 2013 konden foto’s worden ingediend van de Berkel voor de fotowedstrijd. Er zijn meer dan 200 foto’s ingediend.

De jury, bestaande uit Carmen Molenaar (afd. Communicatie Waterschap Rijn en IJssel), Michiel Schaap (ecoloog Waterschap Rijn en Ijssel en professioneel fotograaf) en Dirk Stoevenbelt (St. Hoogh Water), is op basis van de criteria compositie, techniek, sfeer en originaliteit tot drie winnende foto’s gekomen.

Op 31 januari 2014 zijn in het Watermuseum de prijzen uitgereikt aan de winnaars.
De foto’s zijn toegevoegd aan de Berkelexpositie in het Watermuseum.

1e prijs: Berkelzomp op de Berkel  – foto van Han ten Brinke uit Borculo

Toelichting van de jury:
Mooie verstilde opname van een Berkelzomp vaartochtje over de Berkel.
De sfeer is prachtig en de pastelkleuren maken het geheel tot een zeer aantrekkelijke foto om naar te kijken.
De compositie is goed, de Berkelzomp komt mooi het beeld in varen.
Wel jammer dat de spiegeling niet totaal is terwijl er nog wel ruimte voor was geweest.
Een fraai voorbeeld van medegebruik van de Berkel.

2e prijs: Ochtendsfeer op de (Duitse?) Berkel – foto Nicolaas Bessels uit Zutphen

Toelichting:
Het invallend zonlicht op het water van de Berkel geeft een prachtige ochtendsfeer weer. De opname zou als referentie kunnen dienen voor de toekomstige Berkel na de herinrichtingswerken.
De compositie is goed gekozen, het lage standpunt van de fotograaf komt hier goed tot zijn recht.
De donkere partijen lopen wel dicht, waardoor er weinig doortekening te zien is maar dat is bijna niet te voorkomen met dit soort tegenlichtopnames.

3e prijs: Wintersfeer aan de Berkel bij de Cloese – foto Joke Stomps uit Ruurlo

Toelichting:
Een heel herkenbaar beeld langs de Berkel zijn de landgoederen met hun fraaie landhuizen en kastelen. Dit is een prima voorbeeld hoe fraai het winters landschap langs de Berkel kan zijn.
Fototechnisch is de foto goed uitgevoerd en ook de compositie is goed gekozen.


TopThema maart 2014: Marke Mallem

Marke Mallem heeft in het Watermuseum te Arnhem ook een plek gekregen tussen de prachtige foto’s van het project de Berkel.

Marke Mallem is dan ook direct verbonden met de Berkel, omdat zij over een lengte van 3 km nabij Eibergen ongeveer 40 ha grond langs de Berkel in beheer en onderhoud heeft.

Marke Mallem is een stichting die in de vorm van burgerparticipatie en wordt bestuurd door inwoners van Eibergen. De naam verwijst naar de vroegere “Marke” gebieden waar grondeigenaren zelf het bestuur hadden over hun gronden. Deze burgers hebben de gronden in erfpacht gekregen van Waterschap Rijn en IJssel en zijn hiervoor nu verantwoordelijk.

Het grondgebied omvat de taluds en dijken langs de Berkel, natuurgebieden en vogelbroedgebied die voor waterretentie zijn bedoeld.

De Stichting Marke Mallem heeft zich vanaf de oprichting in 2010 beziggehouden met het beheer en de inrichting van het gebied.

De buren en bewoners van Eibergen zijn hierbij nauw betrokken. Voor de oprichting is met bewoners en organisaties gebrainstormd over de meest gewenste opzet van de Marke Mallem.

Tevens zijn nadien inspraakavonden gehouden en zijn meewerkdagen georganiseerd.

Een rode draad door de activiteiten is het betrekken van de gemeenschap bij hetgeen rondom de Berkel gebeurt:

  • Door de IVN jeugd is een natuurbeleving-pad gerealiseerd.
  • Leerlingen van Scholengemeenschap ’t Assink volgen lessen in het gebied op het terrein van Aardrijkskunde, Geschiedenis, Tekenen, Scheikunde en Duits.

De resultaten van deze lessen worden door de leerlingen aan de ouders gepresenteerd.

  • De vogelwerkgroep houdt tellingen in het vogelbroedgebied dat onderdeel is van de Marke Mallem en beschikbaar is als retentiegebied bij hoog water.
  • Agrariërs in de omgeving zijn betrokken bij het onderhoud.
  • Marke Mallem heeft oog voor de natuur. De wijze van onderhoud levert nieuwe soorten flora op.

Marke Mallem wil zich inzetten voor de een verdere ontwikkeling van de omgeving. Zij wil een platform zijn voor de omgeving en zich bezig houden met nieuwe initiatieven die de leefbaarheid en beleving van de omgeving van Berkel bevorderd.

Meer informatie vindt u op de website www.markemallem.nl.


TopThema vierde Berkelverbetering

Het thema vierde Berkelverbetering is vervallen, omdat door de werkzaamheden aan de Berkel in de praktijk hierover al veel te ervaren en beleven valt.

De Berkel tussen Almen en Zutphen zal weer gaan meanderen. Daardoor wordt de Berkel mooier en dynamischer en het Berkeldal natuurlijker. Ook zullen er meer recreatiemogelijkheden ontstaan. In Almen komt er een grote zonneweide bij het zwembad en de Berkel zal na de werkzaamheden beter bereikbaar zijn vanuit de dorpskern Almen.
Bij de stuwen Besselink en Warken zullen vistrappen worden aangelegd, waardoor de vissen de Berkel stroomopwaarts kunnen zwemmen.
Ook bij Huize de Voorst zal de Berkel weer gaan meanderen.